Night and Fog - Nacht und Nebel - Nuit et Brouillard
Muziek moet door de ballotage van de Ziel. Tot die conclusie kwam ik toen ik mijn eigen werk moest balloteren voor de website backtonormandy.org.
Wat is dat eigenlijk, balloteren? Ballotage is van oorsprong een stemming over toelating. Een bestaande groep beslist of iemand tot die groep mag toetreden. Het woord verwijst naar het gebruik van balletjes bij zo’n stemming: wit voor toelating, zwart voor afwijzing. Balloteren is dus meer dan beoordelen. Er wordt een grens getrokken. Binnen of buiten. Je hoort erbij of je hoort er niet bij. En degene die voor de deur staat, bepaalt dat niet. De groep binnen beslist.
Tijdens het terugzetten van de muziek merkte ik dat ik het zelf ook deed. Balloteren. Is het wel goed genoeg? Past het in mijn verhaal over de Tweede Wereldoorlog? Ik moest voor Back to Normandy uit mijn eigen muziek kiezen. Muziek die paste bij herinneren, oorlog, verlies, bevrijding, mensen die verdwenen zijn en mensen die bleven leven.
En ineens ontdekte ik dat ik helemaal niet aan het selecteren was op mooi of lelijk. Ook niet op goed of slecht. Sommige stukken waren goed gemaakt en mochten toch niet naar binnen. Andere hadden misschien rafels, maar bleven voor de deur staan alsof ze zeiden: ik hoor hier.
Daar helpt geen analyse tegen. Je kunt harmonie, vorm, instrumentatie en techniek onderzoeken. Je kunt uitleggen waarom iets werkt. Je kunt zelfs proberen te bewijzen dat iets goed is omdat je peergroep vindt dat het goed is. Omdat mensen wier oordeel je vertrouwt het bevestigen, omdat het past binnen de opvattingen van de groep waartoe je behoort. Maar ergens komt een moment waarop al die argumenten hun stemrecht verliezen. Dan blijft er één kiezer over. De Ziel.
En die is een lastig lid van de ballotagecommissie. Hij leest geen recensies, kent geen muziektheorie, trekt zich niets aan van reputaties en heeft al helemaal geen boodschap aan wat de componist met zijn stuk bedoeld heeft. Hij luistert. En soms valt er een wit balletje. Soms een zwart. En heel soms blijft het stil. Misschien is juist dat wel de strengste ballotage.
Want muziek die door het verstand wordt afgewezen, kan later alsnog terugkomen. Maar muziek die de Ziel niet binnenlaat, blijft buiten. Hoe goed ze ook gemaakt is. Volgens de critici dan, of de mode, of de populariteit van de componist, of de gebruikte stijl.
Een voorbeeld wil ik wel noemen. Ruim vijftien jaar geleden hoorde en zag ik op de VPRO de film Nuit et Brouillard, Night and Fog. De film was van Alain Resnais, gemaakt in 1955. De muziek was geschreven door Hanns Eisler.
Ik viel van mijn stoel.
De volgende dag ging ik op zoek naar meer informatie over de film en kwam ik een filmrecensie tegen: “Indrukwekkende film, maar de muziek is te vrolijk.”
“Zo,” dacht ik toen. Zo makkelijk kan een meesterwerk worden neergeveld.
Want juist in deze oorspronkelijke combinatie kwam voor mij alles bij elkaar wat deze film tot een van de belangrijkste documenten van de vorige eeuw maakt. De beelden van Resnais en de muziek van Eisler waren voor mij niet van elkaar los te maken. En dan schrijft iemand vier woorden: de muziek is te vrolijk.
Wat beweegt iemand ertoe om zo’n genadeloos oordeel te geven? Die vraag kon ik niet beantwoorden. Ik voelde vooral verdriet dat zo’n werk überhaupt werd geballoteerd.
Te vrolijk.
Blijkbaar bestond er volgens die recensent dus zoiets als muziek die bij deze beelden hoorde. Muziek mocht verdrietig zijn, dreigend misschien, verschrikkelijk, maar kennelijk niet te vrolijk. Er was een grens getrokken en Eisler was er volgens deze luisteraar overheen gegaan.
Maar juist daar kon ik niet bij. Want wat ik hoorde werkte voor mij wél. Meer dan dat. Het raakte mij zo diep dat ik de film niet meer los kon zien van die muziek.
Ik besloot mijn eigen muziek te schrijven. Maar voordat ik ook maar één noot kon schrijven, moest ik eerst mijzelf balloteren.
Was ik het wel waard om deze muziek te mogen schrijven?
Dat laatste — of ik het wel waard was — bleef in mijn hoofd rondzingen.
Ik begon te schrijven. Maar mijn ziel begon te protesteren. Niet met argumenten. Met fysieke reacties: misselijk, overgeven. “Hier kun je niet naar kijken. Hier zijn geen noten voor.”
Ik werd geballoteerd door mijn eigen ziel: jij kan dit niet schrijven.
Maar er wáren natuurlijk noten. Hanns Eisler had ze geschreven. En juist die noten hadden mij, samen met de beelden van Night and Fog, van mijn stoel doen vallen.
Mijn eigen lichaam vertelde mij dat er geen noten voor bestonden. Eisler bewees dat ze er wel konden zijn. En een ander meende vervolgens te kunnen bepalen aan welke emotionele voorwaarden die noten moesten voldoen.
Misschien is daar mijn eigen muziek begonnen. Precies in dat ongemakkelijke gebied tussen drie werkelijkheden.
De beelden van Resnais. De muziek van Eisler. En wat die combinatie met mij deed.
Ik wilde Eisler niet verbeteren. Ik wilde geen muziek schrijven die minder “vrolijk” was en daarmee zogenaamd beter bij de verschrikkingen paste. Ik wilde niet bewijzen dat het anders kon. Wie was ik trouwens om Hanns Eisler te verbeteren?
Ik wilde begrijpen wat er met mij gebeurde.
Night and Fog was tot mij gekomen door beeld en geluid tegelijk. Daarna door mijn lichaam. De misselijkheid, het weg willen kijken, het besef dat ik hier eigenlijk geen muziek voor kon bedenken.
En toch kwamen er noten.
Ik schreef het toch. In mijn vrije uurtjes, terwijl ik elders directeur was van een muziekinstelling. Daar hield mij een heel andere vraag bezig. Mensen werkten er natuurlijk voor hun loonstrookje en vanuit hun passie voor muziek. Maar in mijn ogen was dat niet genoeg. Ons werk was ook bedoeld om een bijdrage te leveren aan een betere samenleving. En juist daar liep ik tegen grenzen aan.
Ook daar bleek die ballotagecommissie in mijn hoofd gewoon door te vergaderen. Mijn ziel balloteerde hen: het is een eer om voor anderen te mogen werken. Misschien zat daar achteraf gezien precies dezelfde vraag. Niet: ben je goed genoeg? Maar: waarvoor doe je het? Voor wie doe je het? En met welk recht?
En die laatste vraag bracht mij weer terug bij Night and Fog. Met welk recht schreef ik eigenlijk muziek bij beelden van mensen die dit werkelijk hadden meegemaakt? Wie geeft mij het recht om van hun verschrikking mijn muziek te maken?
Misschien krijg je dat recht helemaal niet. Misschien is dat ook niet wat er gebeurde.
Ik schreef niet de geschiedenis in muziek. Die geschiedenis is niet van mij. Ik schreef ook niet wat de mensen op die beelden gevoeld moeten hebben. Dat weet ik niet en dat zal ik nooit weten.
Ik schreef wat Night and Fog met mij had gedaan.
Dat was wel van mij.
De beelden van Resnais waren door mijn ogen gekomen. De muziek van Eisler door mijn oren. Samen waren ze ergens terechtgekomen waar ik zelf nauwelijks bij kon. Mijn lichaam reageerde erop. Mijn verstand probeerde het te begrijpen. Mijn vakmanschap probeerde er noten van te maken.
En ergens daartussen zat mijn Ziel.
Niet omdat ik uiteindelijk wist welke muziek bij deze beelden hoorde. Dat weet ik nog steeds niet. Maar omdat er iets van wat ik had gezien en gehoord in mij was achtergebleven.
Dat kon ik niet teruggeven aan Resnais. Dat kon ik niet teruggeven aan Eisler.
Het was door mij heen gegaan.
En uiteindelijk kwam het naar buiten als muziek.
Misschien is dat precies wat ik nu, zoveel jaren later, opnieuw ervaar bij het terugzetten van mijn muziek op Back to Normandy. Ik hoor de stukken terug en hoor niet alleen meer wat ik geschreven heb. Ik hoor waar ze vandaan zijn gekomen.
En dan begint de ballotage opnieuw.
Is dit goed genoeg? Die vraag interesseert mij steeds minder.
Mag dit hier zijn?
Draagt het iets bij aan het verhaal van mensen die er niet meer zijn? Of staat mijn muziek vooral zichzelf in de weg?
Dat is een andere manier van luisteren. En een veel strengere.
Maar daarmee was ik er nog niet. Want balloteren is helemaal niet iets wat alleen gebeurt wanneer ik naar muziek luister. Het is menselijk gedrag. En vooral gedrag dat kracht krijgt zodra we het samen gaan doen.
Met mijn stukje over de, in mijn ogen, misplaatste powerplay van Jesse Klaver kon ik niet bevroeden hoeveel afkeuring ik zou krijgen over iets wat ik helemaal niet geschreven had. Mensen lazen er iets in en reageerden daar vervolgens furieus op. Niet alleen op mijn woorden, maar op wat mijn woorden volgens hen betekenden. Met krachttermen, met eindeloos herhalen van dezelfde verwijten en uiteindelijk met iets wat veel interessanter was dan de politieke discussie zelf: ik werd buiten hun werkelijkheid geplaatst.
Ik verwonderde mij vooral over de kracht waarmee dat gebeurde. Eén mens die zegt dat je ongelijk hebt, is een meningsverschil. Tien mensen die elkaar daarin bevestigen, beginnen een groep te vormen. En binnen zo’n groep kan iets merkwaardigs gebeuren. Het gaat steeds minder over wat er oorspronkelijk gezegd werd en steeds meer over wat de groep met elkaar heeft vastgesteld dat er gezegd is.
Dan wordt er geballoteerd. Niet met witte en zwarte balletjes. Met woorden, likes, afkeuring, herhaling en bevestiging. Jij hoort bij ons zolang je binnen onze werkelijkheid blijft. Stap je erbuiten, dan kan het zwarte balletje snel vallen.
Maar ik moet daarmee oppassen. Want zodra ik dit alleen als gedrag van anderen beschrijf, heb ik zelf alweer een nieuwe groep gemaakt: zij die balloteren, tegenover mij die zich daarover verwondert.
Zo gemakkelijk kom ik er niet vanaf.
Ik doe het zelf ook. Als ik naar muziek luister bijvoorbeeld. Er is muziek die ik bij voorbaat afwijs omdat ze mij te hard is. Muziek waarvan ik denk dat ik de aantrekkingskracht alleen zou kunnen begrijpen in combinatie met pillen, drank en een groepsproces. Nog voordat ik werkelijk geprobeerd heb te begrijpen wat een ander erin hoort, ligt mijn zwarte balletje soms al op tafel.
Blijkbaar kunnen we nauwelijks zonder ballotage. We kiezen vrienden, muziek, politieke opvattingen, kranten, kunstenaars, mensen met wie we willen praten en mensen aan wie we liever voorbijlopen. Dat is op zichzelf misschien niet eens het probleem. Een mens kan niet alles toelaten. We hebben grenzen nodig om te kunnen bepalen wie we zelf zijn.
Het wordt anders wanneer we samen gaan balloteren. Want een groep geeft ons oordeel gewicht. Mijn afkeer is dan niet meer alleen mijn afkeer. Anderen delen haar. Ze bevestigen mij en ik bevestig hen. Het witte en zwarte balletje worden steeds gemakkelijker uitgedeeld.
En daarmee gebeurt nog iets. Als een groep iemand buiten de deur zet, vertelt zij niet alleen iets over degene die buiten staat. Zij vertelt vooral iets over zichzelf. “Jij hoort niet bij ons” betekent tegelijkertijd: “dit zijn wij dus.”
Misschien is dat uiteindelijk waarom ik bij het terugzetten van muziek op een website over de Tweede Wereldoorlog bij dit woord bleef hangen. Niet omdat iedere ballotage tot iets verschrikkelijks leidt. En zeker niet omdat een ruzie over politiek of mijn afkeer van bepaalde muziek te vergelijken zou zijn met wat mensen in oorlogstijd is aangedaan. Dat zou een belediging zijn van de geschiedenis die ik juist probeer te bewaren.
Maar het mechanisme interesseert me.
Mensen vormen groepen. Groepen ontwikkelen overtuigingen. Overtuigingen worden normen. En normen kunnen veranderen in voorwaarden om erbij te mogen horen.
We zullen altijd oordelen. We zullen altijd kiezen. Misschien kunnen we niet eens bestaan zonder voortdurend een beetje te balloteren.
En daarom kom ik uiteindelijk toch weer terug bij de Ziel.
Niet omdat mijn Ziel altijd gelijk heeft. Dat weet ik helemaal niet. Maar het is de enige referentie die ik heb waarvan ik weet dat hij eerlijk is.
Mijn verstand kan redeneren. Mijn oren kunnen wennen. Mijn smaak kan veranderen. Mijn peergroep kan mij vertellen dat iets goed is omdat zij het goed vindt. Een recensent kan mij vertellen dat Eisler te vrolijk is. Een groep kan mij vertellen wat ik volgens hen geschreven heb. Een mode kan mij vertellen wat mooi is. Een theorie kan mij uitleggen waarom muziek goed in elkaar zit.
Mijn Ziel doet daar niet aan mee.
Die reageerde op Night and Fog voordat ik er woorden voor had. Hij liet mijn lichaam protesteren toen mijn verstand nog probeerde te begrijpen wat ik zag. Hij vertelde mij dat er geen noten voor waren terwijl ik tegelijkertijd hoorde dat Eisler ze gevonden had.
En toch liet hij mij uiteindelijk schrijven.
Daar ben ik nu weer, zoveel jaren later, met mijn eigen muziek voor Back to Normandy.
Ik kan haar analyseren. Ik kan haar vergelijken. Ik kan luisteren naar wat anderen ervan vinden.
Maar uiteindelijk moet ik zelf luisteren.
Met mijn oren, maar vooral met mijn Ziel.
Daar vindt de laatste ballotage plaats.
Comments